Bezoekers van het Steunpunt aan het woord

Op het steunpunt worden de laatste jaren zo'n 8000 hulpvragen per jaar behandeld. De vragen var´eren van het invullen van een simpel formulier tot langdurige juridische procedures. Het gaat bijvoorbeeld om AOW-aanvragen, belastingaangelegenheden, de Zorgverzekeringswet, familierecht, problemen met visa en de mogelijkheden van terugkeer naar Nederland voor vrouwen en kinderen die tegen hun wil zijn achergelaten in Marokko. Achter elke hulpvraag zit een persoonlijk verhaal. Een aantal van die verhalen staan op deze pagina.



Het verhaal van Aisja

Op verzoek van de advocate van Aïsja, brengt een consulent van SSR in juni 2006 een bezoek aan Aïsja die in een dorp halverwege Ouarzazate en Zagora woont en die daar in 1997 achtergelaten is door haar vader.

In 1997 gaat Aïsja met haar ouders op vakantie naar Marokko. Zij is dan 15 jaar. Als de het einde van de vakantie nadert wordt duidelijk dat Aïsja’s vader niet van plan is om Aïsja en haar moeder weer mee terug te nemen naar Nederland. Hij neemt paspoort en verblijfsdocumenten van Aïsja en haar moeder in, en laat hen achter op zijn boerderij in Zuid Marokko. Op deze boerderij leven Aïsja en haar moeder in volstrekt isolement, omdat hen niet wordt toegestaan de boerderij te verlaten. Als Aïsja’s vader vanuit Nederland de boerderij bezoekt wordt zij regelmatig mishandeld. Hieraan komt een einde als Aïsja’s vader na drie jaar hertrouwt met haar nicht.’ Aïsja s moeder wordt verstoten en zij en haar moeder worden het huis uitgezet. Aïsja’s broer in Nederland koopt daarop het huis voor hen in de douar waar zij thans leven. Aïsja verzoekt haar broer om actie te ondernemen zodat zij terug kon naar Nederland maar haar broer is hier niet toe in staat wegens ernstige gezondheidsklachten. Hij draagt sindsdien wel maandelijks 100 euro bij aan de kosten van levensonderhoud van Aïsja en haar moeder. Er zijn geen andere inkomsten. De douar bestaat zelf uit vier stammen, elk nazaten van de oorspronkelijke stichter van het dorp. De verschillende stammen kijken met wantrouwen naar elkaar, wat communicatie tussen leden van de onderlinge stammen zeer bemoeilijkt. Daardoor is het aangaan van sociale contacten in het dorp tot een minimum beperkt. Contact tussen leden van de andere sexe wordt als onwenselijk beschouwd. De sociale controle is groot. Zo krijgt Aïsja opmerkingen als zij een T-shirt draagt. Zij geeft aan liever geen hoofddoek te willen dragen maar daar heeft zij geen keuze in. In de douar zijn nauwelijks economische activiteiten, op een enkel winkeltje en kleinschalige landbouw na. De douar beschikt slechts over een lagere school, waardoor voor meisjes geen voortgezet onderwijs is weggelegd. Aïsja zit voornamelijk thuis en doodt de tijd met het lezen van Nederlandse en Engelstalige boeken en het kijken naar Engelstalige programma´s op TV.

Kort na haar verhuizing maakt Aïsja, door haar goede beheersing van de Engelse taal, kennis met een Amerikaanse antropologe die onderzoek doet in haar dorp. Deze antropologe wijst haar op mogelijkheden om terug te keren naar Nederland, regelt voor haar de benodigde reisdocumenten en kaart haar probleem aan bij het steunpunt van de SSR te Berkane.

Voorafgaand aan het bezoek neemt de consulent contact op met de gemeentesecretaris uit een nabijgelegen dorp. Deze is al ruim 30 jaar een oude vriend van de vader van Aïsja, maar hij is niet eens met de manier waarop hij zijn dochter en ex-vrouw behandelt. Vanuit Tighamar is het nog drie kwartier rijden langs onverharde wegen naar de douar. Na een korte kennismaking met Aïsja en haar moeder blijkt al heel snel dat Aïsja de Nederlandse taal nog heel goed beheerst. Aïsja heeft geen beheersing in de Marokkaans-Arabische taal zodat het gesprek in het Nederlands gevoerd moet worden. In het gesprek legt de consulent een aantal vragen voor waarop de rechtbank nog nadere toelichting wenst. Ook geeft hij aan dat de terugkeeroptie slechts voor haar kan gelden en niet voor haar moeder. Dit heeft Aïsja al uitvoerig met haar moeder besproken en haar moeder staat achter haar wens. Daarna geeft Aïsja een rondleiding door de douar. Op basis van het gesprek met Aïsja stuurt de consulent een verslag van zijn bevindingen naar Aïsja’s advocaat in Nederland. Uiteindelijk besluit de rechter, mede op grond van deze aanvullende informatie, dat Aïsja in het kader van een verzoek voor wedertoelating* terug kan keren naar Nederland. Vanaf november 2006 woont Aïsja weer in Amsterdam. 


*Verzoek voor wedertoelating
De aanvraag strekt tot een verzoek wedertoelating, in het bijzonder de terugkeeroptie meerderjarigen. Art.3.92 VB kent 2 categorieën:
· de jongeren die tussen haar 4de en 19de jaar 10 jaar legaal heeft gewoond in Nederland krijgt onvoorwaardelijk verblijf voor onbepaalde tijd mits voor het 23ste jaar aangevraagd.
· de jongere die tussen haar 4de en 19de tenminste vijf jaar legaal in Nederland heeft gewoond kan een verblijfsvergunning wedertoelating krijgen, wanneer Nederland het meest aangewezen land is voor haar om in te wonen.

Duur verblijf
De “ terugkeeroptie jongeren” van art. 3.92 VB is gebaseerd op het feit dat jongeren, die als kind in Nederland opgroeien en hier naar school gaan en, vaak zeer tegen hun wil, terugkeren naar het land van herkomst en hier geen aansluiting meer vinden bij de samenleving. Dit geldt temeer voor een jonge vrouw als eiseres, die in Nederland opgroeit en in een voor haar volstrekt vreemde samenleving in Marokko belandt. In de wet is gekozen voor een systeem, waarbij na 10 jaar legaal verblijf in de relevante periode van 4-19 jaar wordt verondersteld, dat Nederland het meest aangewezen land is om in te wonen, wat een onvoorwaardelijk recht op wedertoelating oplevert, zelfs zodanig dat een vergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend en bij het criterium 5-10 jaar het ter beoordeling aan de Minister is. Eiseres woont van haar 3de tot en met 13,5de in Nederland en op haar 21ste nog ruim een half jaar. Om dit criterium zinvol te kunnen beoordelen, is niet alleen van belang de jaren Nederland en de jaren in Marokko tegen elkaar af te zetten, globaal 10 jaar Nederland en 10 jaar Marokko, het is van belang te kijken, wat er in die jaren zich heeft afgespeeld. De jaren moeten gewogen worden.



Het verhaal van Amal

Uit onderzoek van de universiteit van Oujda blijkt dat 80% van hun studenten hun toekomst buiten Marokko, in Europa zien. Een leraar in Al Hoceima vertelt dat al zijn leerlingen uit zijn klas naar Europa willen, legaal dan wel illegaal, en daar alles voor over hebben. Ook de consulenten van SSR worden regelmatig geconfronteerd met de consequenties van deze uittocht naar Europa. Berkane ligt dicht bij de kust en regelmatig bereiken SSR verhalen over jongeren die in een bootje illegaal de oversteek hebben gemaakt of willen maken. Tijdens het spreekuur vertelt een man in tranen dat hij al dagen niets gehoord heeft van zijn zoon, die enkele dagen ervoor op een bootje is gestapt in de hoop Spanje te halen. Van een andere bezoeker horen de consulenten later dat zijn zoon hetzelfde geprobeerd heeft, maar het niet gehaald heeft. Zijn aangespoelde lichaam heeft hij die ochtend begraven. Het ontbreken van perspectief, sociale zekerheid en vrijheid zijn enkele factoren die bijdragen aan het algemene gevoel in Noordoost Marokko van machteloosheid en passiviteit of wanhoop. Dat dit voor individuen ernstige gevolgen kan hebben wordt geïllustreerd door het verhaal van Amal. 

De situatie van Amal (21 jaar) lijkt op eerste gezicht geen uitzondering op die van velen Marokkaanse vrouwen: zij is een alleenstaande moeder, geen opleiding, geen werk, geen bron van inkomsten. Dat zij toch een uitzondering is blijkt als zij haar levensverhaal begint te vertellen:
"Ik ging als twaalfjarig meisje met onze buren in Marokko mee naar Frankrijk. Het was de bedoeling dat ik daar in het gezin zou werken en naar school zou gaan. Mijn eigen ouders zijn te arm om een verdere schoolopleiding te bekostigen, dus dit was mijn haar enige kans om hogerop te komen. Het liep alleen heel anders dan ik hoopte. Eenmaal in Frankrijk werd ik geslagen door deze buurman, en ik moest daar weg. Ik heb toen mijn ouders gebeld en zij hebben geregeld dat ik bij mijn tante in Rotterdam terecht kon, maar ik kwam van de regen in de drup. In Rotterdam moest ik hard werken in het huishouden en voor de kinderen zorgen omdat mijn tante maandenlang in het ziekenhuis lag. Ook door deze oom werd ik geslagen en uiteindelijk de straat opgeschopt, en toen moest ik gaan zwerven. Ik ben in Almere-Buiten, geweest, in Gouda en in Rotterdam. Soms logeerde ik bij een kennis en soms sliep ik ergens op het station. Soms had ik werk: in een café of in een shoarmatent, en soms had ik geen werk. Dus de ene keer had ik te eten en de andere keer niet. Dit heb ik zeven jaar vol gehouden en toen leerde ik via de man van een vriendin, bij wie ik een tijdje woonde, mijn man kennen".

Amal overweegt in deze tijd niet om terug te gaan naar Marokko: er is voor haar in Marokko niets om naar terug te keren en een toekomst ligt er voor haar ook niet. Amal is er trots op dat zij niet aan de drugs is geraakt en ook niet in de prostitutie terecht is gekomen. "Maar goed, ik wilde wel graag een man die me zou beschermen en die heb ik ook gevonden. We zijn voor de Nederlandse wet getrouwd. Mijn man is een Surinaamse Nederlander. Ons zoontje van twee jaar heeft zodoende alleen de Nederlandse nationaliteit. Ik heb alles gedaan om een verblijfsvergunning te krijgen, ik ben zo vaak bij de politie geweest en bij advocaten, maar het is niet gelukt. Mijn man is werkloos en verdient niet genoeg om in ons onderhoud te voorzien. Hij heeft ook heel veel schulden. Uiteindelijk was ik zo radeloos dat ik mijn kind heb opgepakt en ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Oujda. Ik weet niet hoe het verder moet. Mijn ouders zijn nog steeds heel arm, mijn vader werkt niet, en mijn broers ook niet. Er is nauwelijks geld om eten te kopen. Ik heb in mijn leven nog niet één goede dag gehad. Maar mijn kind moet het goed hebben." De Nederlandse zoon van Amal wacht in Marokko een ongelukkig leven: hij heeft niet de Marokkaanse nationaliteit, en is zodoende onwettig. Een onwettig kind bestaat niet voor de Marokkaanse wet, en hij kan dan ook niet worden ingeschreven voor een schoolopleiding. Als hij in Marokko blijft, is daarmee zijn lot bezegeld.

Het loopt echter anders zoals zo vaak in het leven van Amal. Als haar man weer contact met Amal zoekt leeft de hoop weer op. Tijdens zijn vakantie zoekt Amal's man haar op. Ze besluiten dat hij beter hun zoontje mee kan nemen naar Nederland en dat Amal probeert om via gezinsvorming legaal naar Nederland te gaan. Zij dient een aanvraag in in oktober en wacht af. De maanden verstrijken maar zij krijgt geen antwoord. Ze houdt het niet langer uit en vindt een manier om illegaal naar Nederland te gaan. Zij bezoekt haar man en zoon, maar realiseert zich dat ze naar Marokko terug zal moeten om de beslissing op haar aanvraag af te wachten. Op haar illegale route naar huis strandt ze in Spanje. Via via krijgt ze daar een baantje aangeboden. Ze realiseert zich dat illegaal verblijf in Europa een risico is voor haar aanvraag, maar als ze dan denkt aan de moeilijke financiële situatie van haar ouders in Marokko, aarzelt ze niet langer. Ze leeft van dag tot dag in toenemende wanhoop.



Het verhaal van de heer Brahimi

Na 38 jaar in Nederland gewoond te hebben besluit de heer Brahimi de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. Dit wordt hem toegewezen en krijgt hij een oproep zijn Nederlands paspoort te komen halen. Bij het afhalen van dit paspoort krijgt de heer Brahimi te horen dat hiervoor een bedrag van ongeveer f 500, - betaald dient te worden. Dat is de heer Brahimi op dat moment te veel en de heer Brahimi geeft aan van het paspoort af te willen zien en wil graag zijn verblijfsvergunning terug. Het teruggeven van de verblijfsvergunning is niet mogelijk en weigering van het paspoort wordt beschouwd als afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. Men vraagt de heer Brahimi een verklaring te ondertekenen dat hij afstand doet van de Nederlandse nationaliteit. De heer Brahimi is analfabeet en beseft niet wat hij precies ondertekent en welke consequenties dit voor hem zal hebben. De vreemdelingenpolitie in zijn woonplaats heeft de heer Brahimi, tot ontzetting van de heer Brahimi als illegaal in Nederland verblijvend, teruggestuurd naar Marokko. Als hij terug wil keren naar Nederland dient hij bij de Nederlandse ambassade in Rabat (ongeveer 600 kilometer verwijderd van zijn woonplaats in Marokko) een machtiging tot voorlopig verblijf in te dienen. Hiervoor gaat de heer Brahimi zes maal naar de ambassade in Rabat. Dit omdat men in Rabat het verhaal van de heer Brahimi niet begrijpt. Uiteindelijk besluit men op de ambassade in Rabat om een dossier aan te leggen met daarbij een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Voor de heer Brahimi duurt het allemaal erg lang en wend zich tot de hulpverleners van de SSR. Een van de problemen waar de heer Brahimi mee worstelt is dat het thuis in Nederland slecht gaat. De vrouw van de heer Brahimi is analfabeet en beschikt ook niet over een bankpas. Hierdoor dreigt zij wegens huurachterstand het huis uit te worden gezet en de deurwaarder is inmiddels ook al aan de deur geweest. Hier en daar leent zij wel eens geld om eten te kopen.
De hulpverleners van de SSR hebben in eerste instantie veel moeite om het verhaal van de heer Brahimi helder te krijgen. De heer Brahimi kan het niet goed uitleggen dus besluiten de hulpverleners te bellen naar de vreemdelingenpolitie in zijn woonplaats in Nederland. De vreemdelingenpolitie bevestigt het verhaal van de heer Brahimi over het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit maar ontkent dat de heer Brahimi zijn Nederlanderschap kwijt is. Volgens hen is het voldoende als de heer Brahimi een inreisvisum aanvraagt, een machtiging tot voorlopig verblijf is volgens hen niet nodig. Op advies van een door SSR ingeschakelde advocaat gaat de heer Brahimi naar Rabat om een inreisvisum aan te vragen. De ambassade is echter van mening dat de heer Brahimi toch een machtiging tot voorlopig verblijf aan dient te vragen. De ambassade is van mening dat de heer Brahimi in Nederland schriftelijk afstand gedaan heeft van zijn Nederlanderschap. Er wordt uiteindelijk een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd. Advies van de IND moet worden afgewacht. Na enige tijd komt er een positief advies van de IND en de heer Brahimi krijgt een oproep om zijn visum op te komen halen. Aangekomen bij de ambassade begrijpt de heer Brahimi dat een origineel van zijn trouwakte noodzakelijk is om zijn visum te krijgen. Deze trouwakte ligt in …. Nederland. De heer Brahimi legt de reis van 600 kilometer weer af en zoekt vanuit zijn woonplaats in Marokko contact met familie in Nederland. Hij vraagt hun het origineel van de trouwakte op te sturen naar Marokko. Alles bij elkaar heeft de heer Brahimi 5 maanden in Marokko doorgebracht. Naast juridische bijstand hebben de hulpverleners van de SSR de heer Brahimi opgevangen en voor ondersteuning gezorgd en raad gegeven hoe hij de problemen in Nederland met zijn vrouw en huurschuld op kon lossen.


Het verhaal van de heer Raouli

Sinds 3 jaar is de heer Rouali op 62 leeftijd geremigreerd naar zijn geboortedorp. De heer Rouali heeft niets geregeld voor zijn remigratie, maar op 65-jarige leeftijd vraagt dhr. Rouali pensioen aan. Na enige tijd krijgt de heer Rouali te horen dat zijn aanvraag voor pensioen is afgewezen. Reden hiervoor is dat volgens het door de Sociale Verzekeringsbank ingestelde onderzoek de heer Rouali nimmer in Nederland heeft gewoond of gewerkt. In eerste instantie laat de heer Rouali het daarbij, zij met aarzeling. De heer Rouali wordt er door zijn zoon op attent gemaakt dat tegen een dergelijke beschikking bezwaar aangetekend kan worden en de heer Rouali besluit bij SSR om steun te vragen. Door de hulpverleners wordt eerst uitgezocht wat de grond is van afwijzing. Uit dit onderzoek blijkt dat de heer Rouali volgens de Sociale Verzekeringsbank nimmer in Nederland heeft gewoond of gewerkt, maar bij het pensioenfonds voor de bedrijfstak waarin de heer Rouali gewerkt heeft, wel bekend is. Een ander probleem is dat er onduidelijkheid bestaat over het geboortejaar van de heer Rouali. Doordat in het archief van de Sociale Verzekeringsbank een ander geboortejaar is genoemd dan bij het bedrijfspensioenfonds is niet vast te stellen of de heer Rouali daadwerkelijk de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
De hulpverleners van SSR maken een dossier aan: zij vragen de heer Rouali alle papieren en bewijzen die in zijn bezit zijn en vullen de ontbrekende gegevens zoveel mogelijk aan. Dit dossier wordt doorgestuurd naar een advocaat in Nederland waar SSR nauw mee samenwerkt. De advocaat krijgt uiteindelijk voor elkaar dat de Sociale Verzekeringsbank het recht van de heer Rouali op pensioen erkent en dat de heer Rouali alsnog met terugwerkende kracht zijn AOW uitkering krijgt uitbetaald. De SSR heeft in dit geval vooral gezorgd voor de eerste opvang en dossiervorming, heeft bij de voortgang steeds de vinger aan de pols gehouden en is als intermediair opgetreden tussen de heer Rouali en de advocaat.


Het verhaal van de heer Siyad

Een groot deel van de vroegere gastarbeiders loopt nu tegen de 65. Ook de inmiddels geremigreerde gastarbeiders moeten een AOW-aanvraag doen, en doen daarbij vaak een beroep op de consulenten van SSR in Berkane. Bij deze aanvragen lopen de consulenten van SSR nog al eens tegen het knelpunt aan dat mensen niet meer beschikken over voldoende gegevens over werk en wonen in Nederland. Gegevens die noodzakelijk zijn voor een AOW-aanvraag en die soms tot dertig jaar geleden teruggaan. Daarnaast speelt mee dat de eerste generatie Marokkanen bij vertrek naar Nederland nauwelijks beschikten over nauwkeurige persoonsgegevens zoals achternaam en juiste geboortedatum, of om verschillende redenen gebruik maakten van de personalia van anderen. In verschillende documenten die dezelfde persoon betreffen kan men zodoende uiteenlopende geboortedata en schrijfwijze van naam aantreffen. Zo kan het gebeuren dat volgens de papieren een mevrouw geboren is 1965 maar getrouwd is 1955. De partner van deze mevrouw is maanden in de weer geweest om dit recht te zetten bij de Marokkaanse autoriteiten. Bij vertrek uit Marokko beschikten veel Marokkanen nog niet over een officiële achternaam maar werd men genoemd naar de vader en grootvader. Inmiddels zijn deze mensen in de loop van tijd in Marokko geregistreerd met een officiële achternaam. Deze officiële achternaam hoeft niet noodzakelijk overeen te komen met de achternaam die zij opgaven bij vertrek naar Nederland. Ook kwam het in de jaren `60, toen de eerste rekrutering begon, nogal eens voor dat mannen zich jonger voordeden dan ze in werkelijkheid waren om makkelijker door de selectie te komen. Het voeren van verschillende achternamen in de loop van tijd of verschillen in geboortedata op diverse documenten maakt het voor de uitkerende instantie van de AOW, de Sociale Verzekering Bank, niet eenvoudig om het recht op AOW voor personen vast te stellen.

Dat de verwarring over personen soms een bijzonder verloop kan hebben illustreert het volgende verhaal. Hoewel een AOW- aanvraag een tamelijk ingewikkelde materie kan zijn, is het voor de consulenten van SSR ook een van de leukere klusjes op het spreekuur omdat zij veel verhalen te horen krijgen over hoe het in Nederland ooit was. Een van de klanten die op het kantoor van SSR in Berkane langskomt voor een AOW-aanvraag is de heer Siyad. De heer Siyad is een oudere man en na het afroepen van zijn volgnummer grijpt hij naar zijn stok en staat met enige moeite op. Hij is langer dan de consulent verwacht en mager van postuur. Hij is gekleed in een witte djellaba en heeft een oranje tulband om zijn hoofd gewikkeld, van onder zijn djellaba steken knalgele slofjes. Zijn gezicht verraadt zijn leeftijd en de consulent schat hem zeker 80 jaar: een ingevallen gerimpeld gezicht en in zijn mond rest hem nog maar een paar tanden. Kortom een aandoenlijke oudere man. Voor hij gaat zitten zwaait hij zijn capuchon over zijn schouder en haalt een paar beduimelde documenten te voorschijn uit een zwart plastic zakje. De heer Siyad blijkt in 1918 te zijn geboren. Hij is dus jaren te laat met het indienen van zijn aanvraag! Desgevraagd zegt hij niet te hebben geweten dat hij recht kon hebben op AOW en dit pas kort geleden hoorde via een kennis. Daarop besluit de heer Siyad de hulp in te roepen van SSR om alsnog een aanvraag in te dienen. De heer Siyad weet jammer genoeg weinig te vertellen over Nederland maar beschikt wel over een aantal werkgeversverklaringen over de periode dat hij in Nederland werkzaam is geweest. Dat scheelt weer uitzoeken. Alleen constateer ik snel dat de geboortedata niet overeenkomen: in plaats van 1918 vermelden de documenten 1938.
Gelukkig is in Marokko bijna overal een mouw aan te passen, in dit geval door een 'Mutabaqat al Ism', ofwel een verklaring van overeenstemming, aan te vragen bij de Marokkaanse autoriteiten. De consulent vult samen met de heer Siyad de aanvraagformulieren in en stuur hem op pad om een verklaring op te vragen. Een jaar later blijkt het document niet voldoende te zijn, de SVB twijfelt aan de juistheid van gegevens en wijst de aanvraag af. Nog steeds zit de heer Siyad zonder inkomen. De consulent besluit het hierbij niet te laten en schakelt een advocaat in. Na twee jaar procederen, rolt op zekere dag een fax uit het faxapparaat en verheugd stelt de consulent vast dat de heer Siyad uiteindelijk in het gelijk is gesteld door de rechtbank. De SVB is verplicht de heer Siyad met terugwerkende kracht over 4 jaar AOW met toeslag voor zijn partner te verstrekken. Direct pakt de consulent de telefoon en brengt meneer Siyad op de hoogte van het goede nieuws. Hij is dankbaar voor de moeite die de SSR in zijn AOW-aanvraag gestoken heeft. De heer Siyad spreekt dan ook de wens uit dat Allah de consulenten nog lang op het steunpunt moge houden.

Het is donderdag en op deze dag werken de consulenten alleen op afspraak. Het is bijna tien uur en volgens de agenda heeft de heer Adel een afspraak. De heer Adel begint te vertellen: hij heeft jaren in Nederland gewerkt en nu hij bijna 65 is, wil hij een AOW-aanvraag doen. Het probleem is echter dat hij onder een andere naam in Nederland gewerkt heeft. De consulent bekijkt zijn papieren en ziet dat de werkgeversverklaringen staan op naam van Siyad. De consulent kopieert zijn documenten en belooft hem een en ander uit te zoeken en binnen twee weken contact met hem op te nemen. Opeens schiet de consulent iets te binnen en legt zijn collega de vraag voor of zij niet laatst een AOW-toekenning kreeg op naam van heer Siyad. Omdat de consulenten van mening zijn dat hier een misverstand in het spel moet zijn vergelijken zij de twee dossiers en stellen met enige verbijstering vast dat het wel degelijk om dezelfde persoon gaat. Dit brengt de consulenten in een lastig pakket omdat zij enerzijds geen partij willen kiezen maar anderzijds vinden zij het vervelend dat het pensioen niet toekomt aan diegene die ervoor gewerkt heeft. Na een interne discussie en overleg met de advocate besluiten de consulenten om open kaart te spelen met de heer Siyad. Een van de consulenten legt de heer Siyad de situatie uit en wijzt hem op de consequenties die het voor hem zal hebben in geval de heer Adel een AOW-aanvraag indient. Het zweet breekt de heer Siyad uit, maar hij reageert verder heel luchtig en probeert het verhaal onder tafel te schuiven. De heer Siyad geeft niet toe, maar zegt de zaak met de heer Adel te zullen bespreken. Vervolgens informeert de consulent beide heren dat hij hun zaak, gezien hun belangenconflict, niet verder kan behandelen.

De heer Adel laat zijn AOW echter niet zo maar afnemen en laat het er niet bij zitten. Hij vraagt een visum voor een kort verblijf in Nederland aan, zoekt zijn vorige werkgevers op en neemt hen als getuigen mee naar de SVB. Later vernemen de consulenten dat de heer Adel door de SVB in het gelijk is gesteld. Ook vernemen zij de toedracht van de naamsverwisseling: in het verleden was de heer Siyad 'Sjeik' van het dorp waar ook de heer Adel woonde. In de functie van 'Sjeik' was de heer Siyad verantwoordelijk voor het afgeven van een bewijs wat men nodig heeft voor het verkrijgen van een paspoort. Bij het aanvragen hiervan door de heer Adel verkocht de heer Siyad echter liever zijn eigen paspoort aan de heer Adel in plaats van voor de nodige documenten te zorgen. De heer Adel had de keus tussen geen paspoort en in Marokko verblijven zonder werk of het paspoort van de heer Siyad kopen en in Nederland gaan werken. Na het horen van het hele verhaal en de achtergronden denken de consulenten bij de heer Siyad aan het Nederlands spreekwoord, dat een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken.



Het verhaal van Faiza

Veel Marokkaanse Nederlanders geven de voorkeur aan een huwelijkspartner uit Marokko. Een ongerept meisje, dat een goede moeder zal zijn voor zijn kinderen. Aan de andere kant van de Middellandse Zee dromen veel meisjes van een jongeman die haar meeneemt naar het beloofde land. In Nederland zal ze eindelijk in vrijheid het leven kunnen leiden waartoe ze in Marokko geen kans heeft. In de praktijk lopen veel van deze huwelijken binnen een paar jaar op de klippen. De beide partners kenden elkaar onvoldoende voordat ze met elkaar in zee gingen, en vaak blijken de verwachtingen van elkaar niet overeen te komen. De vrouw krijgt niet de kans zich te ontwikkelen en rebelleert tegen man of schoonmoeder, of de man blijkt bij nader inzien toch ongelukkig met een vrouw die het leven voortzet zoals ze dat op het Marokkaanse platteland kende, en in huis blijft zonder het leven in Nederland te leren kennen. (ontleend aan een artikel in Contrast van Sietske de Boer). De manier van achterlating is in de meeste gevallen vergelijkbaar gebleken. Het stel cq gezin vertrekt op vakantie naar Marokko, waarbij de vrouw zonder argwaan meegaat, blij haar familie weer te ontmoeten. Over het algemeen is de rolverdeling zo dat man gedurende de reis alle paperassen bij zich heeft voor de douane etc. Bij aankomst in Marokko brengt de man vrouw en eventuele kinderen bij haar ouders en zegt toe haar over een aantal dagen te zullen ophalen. Soms kan het maanden duren voor de vrouw zich realiseert wat er werkelijk aan de hand is. Veelal worden de vrouwen aan het lijntje gehouden met beloftes van de (ex) echtgenoot dat hij spoedig terug zal komen.

Om een illustratie te geven van dergelijke problematiek het verhaal van Faïza en haar zoontje Said:
Faïza is in 1998 gehuwd en na dit huwelijk zijn beide echtelieden naar Nederland gegaan. In de zomer van 1999 krijgt Faïza een verblijfsvergunning voor een jaar. In Nederland krijgt Faïza geen enkele vorm van onderwijs, blijft de meeste tijd binnenshuis en zij krijgt geen enkele vrijheid van haar man. Faïza spreekt dan ook geen woord Nederlands. In november 1999 wordt Said geboren. Al snel blijkt dat Said waarschijnlijk geestelijk gehandicapt is en er volgt uitgebreid onderzoek in het ziekenhuis. Over de resultaten van dit onderzoek krijgt Faïza niets te horen. Het jaar daarop gaat het gezin met vakantie naar Marokko, waar Faïza na een paar weken een oproep krijgt van de rechter in Oujda om een papier te ondertekenen. Als zij daarheen gaat blijkt het om een scheidingsakte te gaan. Als Faïza protesteert sommeert de rechter haar mond dicht te houden en te tekenen, wat Faïza besluit te doen. Haar (ex)man keert kort daarna terug naar Nederland en neemt alle papieren van zowel Faïza als hun zoon mee. Faïza doet daarvan aangifte bij de Marokkaanse politie en vraagt een nieuw paspoort aan. Dit willen de autoriteiten echter niet afgeven omdat er twijfel is over haar burgerlijke staat: gehuwd of gescheiden.

Faïza klopt aan bij het steunpunt in Berkane met de vraag aan de consulenten is of ze terug mag keren naar Nederland. De voornaamste reden voor haar om terug te willen keren naar Nederland is de behandeling van haar zoontje. Ze maakt zich grote zorgen om hem. Zij weet nog niet wat er precies mis is met hem en wat de aard en ernst van de afwijking is. Ze hoopt echter dat het onderzoek van het ziekenhuis in Nederland daarover duidelijkheid kan geven. Voor verder onderzoek en behandeling hoopt ze aanspraak te kunnen maken op terugkeer. Faïza heeft haar zoontje meegenomen naar het steunpunt Berkane en de eerste indruk van de consulent is verontrustend: Said is erg klein voor zijn leeftijd en heeft een opmerkelijk klein, misvormd hoofdje. Faïza voldoet niet aan de wettelijke eis van drie jaar huwelijk en drie jaar legaal verblijf in Nederland om in aanmerking te kunnen komen voor een vergunning op grond van zelfstandig verblijf. Gezien het feit dat de zoon de Nederlandse nationaliteit heeft en moeder wenst dat hij medische zorg in Nederland krijgt nemen de consulenten contact op een advocatenkantoor in Nederland. Dit kantoor heeft echter slecht nieuws: Faïza is te kort getrouwd en medische behandeling is ook geen optie. Er moet dan sprake zijn van een ziekte die in Marokko niet te behandelen is. Daarop vertrekt Faïza illegaal naar België en verblijft in Brussel met haar kind. Het advocatenkantoor neemt daarop contact op met de vreemdelingenpolitie en komen er achter dat Said Nederlander is, en gezien zijn medische beperking vraagt het advocatenkantoor verlenging van de vergunning aan voor verblijf bij Nederlands kind in verband met aanspraak op het Nederlandse sociale zekerheidssysteem. Faïza krijgt een verblijfsvergunning en woont nu in Rotterdam bij haar broer. Zij werkt parttime en heeft een aanvullende uitkering.



Het verhaal van Farida

In 1993 gaat Farida op 21-jarige leeftijd vanuit Marokko bij haar echtgenoot in Nederland wonen. In 1999 gaat het gezin: Farida, echtgenoot en de twee dochters van drie en vier jaar voor de jaarlijkse vakantie naar Marokko. Na afloop van de vakantie gaat het gezin echter niet volledig terug naar Nederland: Farida wordt achtergelaten in Marokko. De echtgenoot neemt behalve de twee dochters ook het paspoort en de verblijfsvergunning van Farida mee naar Nederland. Anders dan andere vrouwen in dezelfde situatie wacht Farida niet af wat er zal gaan gebeuren. Zij onderneemt direct de noodzakelijke stappen: ze doet aangifte van diefstal van het paspoort en verblijfsvergunning, vraagt een Marokkaans paspoort aan, faxt het ministerie van Justitie in Nederland, de ambassade in Rabat en de commissaris van politie in Amsterdam en vraagt tevens een inreisvisum aan. Ondanks deze acties komt zij uiteindelijk toch bij het bureau van SSR voor ondersteuning. Normaal gesproken zou de machtiging voor voorlopig verblijf kunnen worden afgegeven en zou Farida weer terug naar Nederland kunnen. In dit geval is vertraging ontstaan omdat de IND, anders dan gebruikelijk, eerst een gesprek ter toelichting wil met de echtgenoot en ook het visumkantoor in Rabat zorgt voor vertraging: uiteindelijk zal Farida driemaal op en neer moeten naar Rabat waarbij zij eenmaal vijf dagen moet wachten om een machtiging voorlopig verblijf aan te kunnen vragen. Ook zoekt Farida steun bij de medewerkers van SSR omdat zij in onzekerheid zit over het lot van haar kinderen, vragen heeft over de kans op terugkeer en soms in paniek is. Voor de juridische vraagstukken schakelen de hulpverleners van SSR een advocaat in. Deze legt de rechtbank in een kort geding voor dat er op onduidelijke gronden geen beschikking afgegeven wordt voor een inreisvisum. De rechtbank stelt Farida in het gelijk waardoor Farida inmiddels een inreisvisum heeft en een machtiging voor voorlopig verblijf. Farida is momenteel in Nederland om te bekijken hoe zij, samen met haar advocaat haar twee dochters weer terug kan krijgen.



Het verhaal van Nadia & Anwal

Nadia wordt in 1964 geboren in Rabat. Haar vader overlijdt vroeg. Haar broers en zussen wonen in Frankrijk. Ook Nadia heeft de kans om naar Frankrijk te gaan, maar verkiest Marokko waar zij met haar moeder samenwoont. Zij heeft een administratieve functie bij een overheidsinstelling en heeft het daar goed naar haar zin. Ze is een jonge vrouw op het moment dat zij haar buurjongen Khalid ontmoet, die in Nederland woont. Khalid is in het kader van gezinshereniging op jonge leeftijd samen met zijn broers en zussen naar Nederland gegaan. Hij komt uit een klein dorp in het Noordoosten van Marokko. Zijn vader is, zoals vele anderen, in de jaren '60 naar Nederland gegaan om te werken en geld sparen en dan weer een bestaan in het geboortedorp op te bouwen. Uiteindelijk komt van die droom weinig terecht, maar Khalid's vader keert, gebruikmakend van de remigratieregeling, op latere leeftijd definitief met zijn vrouw terug. De kinderen blijven in Nederland achter.

Veel tijd hebben Nadia en Khalid niet om elkaar goed te leren kennen, want Khalid is alleen op vakantie in Marokko en moet na 4 weken weer terug naar Nederland. Het valt Nadia wel op dat Khalid Frans noch Arabisch beheerst maar dat zou kunnen komen door de grotendeels Nederlandse opleiding die Khalid genoten heeft. Ondertussen is Nadia's moeder bezig met de voorbereiding voor de emigratie naar Frankrijk om bij haar kinderen te wonen. Nadia besluit te trouwen met Khalid en treedt die zomer nog met hem in huwelijk. Nadia geeft haar leven in Marokko op en vertrekt naar Nederland in het kader van gezinsvorming. In Nederland merkt Nadia al gauw dat zij zich haar nieuwe situatie te rooskleurig voorgesteld heeft: Khalid heeft ook in Nederland weinig opleiding genoten en de milieuverschillen tussen haar familie en die van hem blijken enorm. De schoonfamilie komt uit een geïsoleerd dorp en zien opleiding niet als een hoogstaand goed, dit in tegenstelling tot Nadia's familie die haar altijd gestimuleerd hebben om een opleiding te volgen. Nadia wil graag een cursus Nederlands volgen, waarvoor zo ook door een opleidingsinstituut uitgenodigd wordt. Haar man verscheurt echter de uitnodiging. Verder wil ze graag weer willen werken zoals ze gewend is, maar daar is geen sprake van, dit wordt door Khalid verboden. Ze leidt al snel een zeer geïsoleerd bestaan, kent niemand en spreekt de taal niet. Al snel blijkt Nadia zwanger en krijgt een dochter.

De situatie verbetert hierdoor echter niet en de huwelijksproblemen nemen toe, wat zich uit in bedreigingen en fysiek geweld ten aanzien van Nadia. Gaandeweg wordt het Nadia ook duidelijk dat haar man een bekende is van de politie en een beruchte reputatie heeft. Als haar dochter twee jaar is, en Nadia zwanger van een tweede kind gaat het gezin met vakantie naar noordoost Marokko. Daar verslechteren de verhoudingen en de ruzies nemen toe. Dit escaleert en Khalid besluit Nadia's papieren in te nemen, het kind mee te nemen naar Nederland en Nadia terug te sturen naar haar familie in Rabat. Nadia is ten einde raad en besluit voor zichzelf op te komen. Op eigen kracht lukt het haar terug te keren naar Nederland, een zelfstandige vergunning te verkrijgen, woonruimte te vinden en een uitkering aan te vragen. Ze bevalt van een zoon en ze schrijft zich in voor een taalcursus. Ze krijgt begeleiding van een maatschappelijk werkster. Op dat moment begint ook haar lange zoektocht naar haar dochter. Gedurende 8 jaar zoekt Nadia stad en land af in Marokko, klopt ze aan bij instanties in zowel Nederland als Marokko, dient klachten in bij rechtbanken, maar zonder resultaat. In afwezigheid van Nadia vraagt Khalid echtscheiding aan in Marokko en deze wordt uitgesproken. In de weinige contacten die Nadia met haar ex-man heeft weigert hij te zeggen waar het kind verblijft en bedreigt haar als ze stappen gaat ondernemen om haar dochter terug te krijgen. Hoewel volgens Marokkaanse wet de voogdij bij echtscheiding automatisch naar de ongetrouwde moeder gaat, is zelfs een omgangsregeling voor hem onbespreekbaar. Nadia realiseert zich dat zij Khalid's bedreigingen serieus moet nemen, maar zet de zoektocht wel voort en besluit een gespecialiseerde advocate in Rotterdam in de hand te nemen.

Deze advocate vraagt aan het Steunpunt in Berkane om te bemiddelen. De advocate vertelt de consulenten dat zij ene meneer Khalid in gijzeling heeft laten nemen omdat hij de zoektocht van haar cliënte, Nadia, saboteert. Na enige tijd bezwijkt Khalid voor de druk en maakt de verblijfplaats van de dochter bekend. Zij verblijft al die jaren bij haar grootouders in een douar op het platteland van Noordoost Marokko. Pas bij de overdracht van de dochter zou de gijzeling worden opgeheven: Nadia lijkt bijna haar doel bereikt te hebben. De advocate vraagt aan de consulenten van het steunpunt in Berkane of de overdacht van Nadia's dochter op het steunpunt plaats kan vinden Aanvankelijk stellen de consulenten een neutrale plek voor zoals het vliegveld. Dit blijkt echter geen optie aangezien vliegvelden niet meer vrij toegankelijk zijn sinds de bomaanslagen in Casablanca. Bovendien wil Nadia de confrontatie met haar schoonfamilie uit de weg gaan om verdere drama's te voorkomen. Met enige aarzeling gaan de consulenten in op het verzoek van de advocate om de overdacht van Nadia's dochter op het steunpunt plaats te laten vinden.

Niemand lijkt erg gerust op de situatie; dat geldt zowel voor de advocate, voor Nadia als voor de consulenten van het steunpunt. Iedereen is bang dat er op het laatste moment door toedoen van de schoonfamilie nog iets fout gaat. De consulenten van het steunpunt zijn dan ook blij dat de medewerkers van een bekend Nederlands TV programma meekomen met Nadia om het gebeuren te filmen. Verder bereiden de advocaat en Nadia de overdracht zo goed mogelijk voor. Op een vrijdag is het dan zo ver. Grootvader en kleindochter Anwal worden vroeg verwacht en de koffie en koekjes staan klaar op het steunpunt. Als de bel gaat, staan een wat norse man en een nukkig meisje van 10 jaar op de stoep. De consulenten van het steunpunt proberen Anwal zo goed mogelijk op haar gemak te stellen. Dat valt niet mee. Het meisje kijkt vastberaden de andere kant op en weigert iets te zeggen of iets aan te nemen. Behalve de kleren die ze aanheeft heeft ze niets bij zich. Bij vlagen barst ze in huilen uit. Het valt de consulenten van het steunpunt op dat grootvader haar niet tracht te troosten of voor te bereiden op haar vertrek. Grootvader is wel aanspreekbaar en blijkt zelfs een bekende te zijn van het steunpunt want hij heeft een dossier. De consulenten van het steunpunt merken op dat Anwal geen bagage heeft en vragen zich hardop af waarom. Grootvader zegt hierover dat dat niet nodig is want ze gaat immers naar `Blad alkhir`, oftewel het land van de grote welvaart. 

Op dat moment komt de filmploeg en een tolk met veel bombarie binnenvallen. Met vier mensen en twee camera's voelt iedereen zich behoorlijk overvallen en de consulenten van het steunpunt staan op het punt in te grijpen. Dat blijkt grootvader zelf al gedaan te hebben want in no time hangt een boze zoon uit Nederland aan de lijn en vraagt de consulenten van het steunpunt of zij helemaal gek geworden zijn en zo snel mogelijk willen op houden met filmen. De consulenten stellen zoon en grootvader gerust met de mededeling dat als hij niet gefilmd wil worden de camera's acuut uitgaan. Het is tenslotte hun kantoor. Maar grootvader geeft wel zijn akkoord en staat een interview toe. De consulenten staan er als buitenstaanders bij te kijken en voelen zich uiterst ongemakkelijk met de situatie, de regie is hen uit handen genomen. Gaandeweg dringt het ook tot de consulenten door dat moeder de grote afwezige is in het geheel. Na enig doorvragen blijkt men Nadia in Oujda te hebben achtergelaten om de confrontatie met haar schoonvader te mijden. Dat levert een bijkomend probleem op. De consulenten van het steunpunt zouden tenslotte volgens de door de advocate in Nederland afgegeven verklaring, het kind aan de moeder laten overhandigen waarvan zij een getuigenis zouden afgeven. Wat te doen? De consulenten bellen de advocate die vervolgens doorgeeft dat het akkoord is aangezien zij optreedt als gemachtigde. De consulenten van het steunpunt tekenen de verklaring.

Dan breekt het moment aan waarop de filmploeg Anwal verzoekt met hen mee te gaan. De auto staat voor de deur geparkeerd. Het afscheid met opa is afstandelijk en de tolk overtuigt Anwal ervan met de filmploeg mee te gaan. Helemaal zeker is men er echter ook niet van dat Anwal niet de benen zal nemen, dus ze houden haar goed in de gaten De tolk pakt haar hand vast en zet haar veilig in het midden van de achterbank. De consulenten van het steunpunt kunnen zich niet aan het gevoel onttrekken dat er iets niet helemaal klopt en houden hun hart vast of het allemaal wel goed zal gaan. Dan valt de blik van de consulenten van het steunpunt op twee heren, strak in het pak, naast een hen bekende auto, die op 25 m afstand de situatie vol aandacht volgen. De auto wordt zoals verwacht teruggefloten De chauffeur stopt aarzelend en na enige verwarring rijdt hij weer door. De consulenten van het steunpunt drukken opa de hand, niet erg overtuigd van de goede afloop lopen zij maar weer het kantoor in. De rit van de filmploeg duurt inderdaad niet lang. Na een half uur wordt de filmploeg aangehouden en als de telefoon gaat en de consulenten één van de cameramannen aan de lijn hebben zijn zij dan ook niet verrast te horen dat de hele ploeg zich op het commissariaat van Berkane bevindt.

Er rest de consulenten van het steunpunt niets anders dan naar het commissariaat van Berkane te gaan. Daar is de sfeer gespannen en de consulenten doen hun uiterste best om de gemoederen, met name aan de kant van de filmploeg, te kalmeren. Met veel moeite lukt het om de journalisten ervan te doordringen dat de politie volledig in haar recht staat om opheldering te vragen. Het heeft namelijk behoorlijk de schijn van een ontvoering. Daar was de filmploeg zelf nog niet op gekomen en alsof de situatie niet al erg genoeg was probeert een cameraman ter plekke te filmen. Wederom grijpen de consulenten in, en kalmeren dit keer de razende commissaris. Ondertussen wordt er druk heen en weer gebeld, naar advocaten in Nederland en Marokko, naar Nadia, die zich in Oujda bevindt en onderweg is, de Nederlandse Ambassade en naar mensenrechtenorganisaties in Marokko. Na een dag door te hebben gebracht op het bureau en er van iedereen, inclusief de moeder die ondertussen gearriveerd is, een verklaring is afgenomen mogen de consulenten dan om 21.00 het bureau verlaten. De volgende ochtend worden de consulenten, de filmploeg, Anwal en haar opa en Nadia gezamenlijk verwacht door niemand minder dan de procureur, de officier van justitie in Berkane. Nadat de officier van justitie in Berkane iedereen hartgrondig de les heeft gelezen over de mate van non-professionaliteit van de gevolgde handelswijze, inclusief opa en moeder, komt een afronding in zicht en doet de procureur uitspraak waarin hij formeel de overdracht van Anwal aan Nadia vastlegt. Op het vliegveld van Oujda nemen de consulenten afscheid van Nadia en Anwal.

Bij aankomst op het vliegveld neemt Anwal echter onder luid geschreeuw de benen en loopt rechtstreeks op de politie af. In een mum van tijd is ook de jeugd- en zedenpolitie aanwezig en Anwal bekent dat de familie Nadia dreigt haar om het leven te brengen als ze doorzet haar mee te nemen. De politie beoordeelt de situatie dermate levensbedreigend dat Anwal en moeder op een geheim adres worden ondergebracht. Lang zal dat niet duren want Anwal is vastberaden bij haar vader te willen wonen, wat uiteindelijk ook gebeurt. De kinderbescherming probeert een omgangsregeling af te dwingen. Maar vooralsnog is Nadia's gevecht na 8 jaar nog niet voorbij. Het is alleen maar verschoven van Marokko naar Nederland. Nadia is onder psychiatrische behandeling.



Het verhaal van Rachid

Rachid wordt in 1969 geboren als jongste zoon in een gezin met twee oudere broers. Zijn vader vertrekt in 1967 naar Nederland om daar te gaan werken. Rachid, twee van zijn broers en zijn moeder volgen in 1982 hun vader naar Nederland waar Rachid een LBO-opleiding volgt. Na deze opleiding werkt Rachid enige tijd waarna hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Rachid blijft alleen achter in Nederland nadat zijn moeder overlijdt en zijn vader remigreert naar Marokko. Sinds deze tijd wordt Rachid met enige regelmaat opgenomen in een psychiatrische kliniek, meestal nadat hij door de politie is opgepakt voor ordeverstoring of na vechtpartijtjes. Nadat Rachid in 1996 in bewaring gesteld wordt door de burgemeester, vraagt een van de agenten tijdens deze procedure "waarom ga je niet terug naar Marokko?" Rachid die wel wat ziet in een verblijf in de zon geeft zijn verblijfsvergunning aan de agent en vraagt hem hier goed op te passen, hij is bang dat de papieren anders kwijt zullen raken.

Voor Rachid is dat precies wat er gebeurt: de procedure voor uitzetting wordt in gang gezet en een maand later wordt Rachid daadwerkelijk uitgezet. Terug in Marokko beschikt Rachid niet meer over een paspoort of papieren en heeft hij geen inkomen. Omdat Rachid zijn vader moet betalen om bij hem te kunnen overnachten, leidt Rachid in Marokko een zwervend bestaan. Ook in Marokko volgt al snel een in bewaringstelling door de burgemeester. Ook in Marokko wordt hij een aantal malen opgenomen in een psychiatrische kliniek. Uiteindelijk komt Rachid in september 1997 bij SSR in Berkane terecht. SSR houdt zich allereerst bezig met de WAO-uitkering van Rachid. Deze uitkering van 650 Dirham (ongeveer f 150, -) wordt maandelijks overgemaakt naar de bankrekening van Rachid in Marokko. Doordat Rachid steeds problemen veroorzaakt bij de bank wensen zij hem niet meer te woord te staan. De uitkering uit Nederland is het enige inkomen waarover Rachid beschikt. SSR regelt dat de uitkering door het bureau ontvangen kan worden en versterkt wekelijkse bedragen aan Rachid zodat hij gedurende de gehele maand elke week wat geld heeft. Om het een en ander in goede banen te leiden gaan de hulpverleners van de SSR ook mee naar de tandarts, de arts, het psychiatrisch ziekenhuis en naar het visumkantoor in Rabat.

Na een aantal gesprekken hebben de hulpverleners van de SSR sterk het idee dat Rachid niet in staat is geweest de consequenties van het inleveren van paspoort en verblijfsvergunning in te zien. Daarop schakelt de SSR een advocaat in om te bekijken of Rachid weer terug naar Nederland kan komen. In de tussentijd hebben de hulpverleners van de SSR, na veel moeite omdat niemand een kamer aan "de gek" wil verhuren, een kamer voor Rachid gevonden en deze zo goed en zo kwaad als mogelijk ingericht. In december 1999, na ruim twee jaar, wordt bekend dat Rachid naar Nederland terug zal mogen keren als zijn paspoort in Marokko in orde wordt gemaakt. Met succes heeft de advocaat aantoonbaar kunnen maken dat Rachid ten tijde van uitzetting ontoerekeningsvatbaar is geweest. Naar een goede opvang voor Rachid in Nederland zal nog gezocht moeten worden omdat terugkeer van Rachid zonder adequate opvang hem weer in zijn oude patroon zal doen vervallen. De hulpverleners van de SSR houden zich hier mee bezig.



Het verhaal van Sabra

Sabra is nog klein als haar ouders besluiten te scheiden. Vader woont in Nederland en moeder in een grote stad in Noordoost Marokko. Beiden beproeven hun geluk met een nieuwe partner. Het nieuwe huwelijk van Sabra's moeder heeft tot gevolg dat de voogdij van de moeder naar de vader gaat. De ouders zijn voortdurend met elkaar in strijd en het nergens met elkaar over eens. Het enige waar zij het over eens zijn is dat de toekomst van Sabra in Nederland moet liggen en de moeder stemt in met overdacht van de voogdij. Sabra is 5 jaar als zij met haar vader en stiefmoeder naar Nederland gaat. Na aankomst in Nederland heeft Sabra moeite om te wennen en mist haar moeder erg. Ze voelt zich achtergesteld ten opzichte van haar halfbroertjes en -zusjes en kan niet overweg met haar stiefmoeder. Op school gaat het Sabra echter beter. Zodra zij zich de Nederlandse taal voldoende heeft eigen gemaakt, ontwikkelt zij zich tot een briljante leerlinge.

De thuissituatie verslechtert en Sabra komt in ernstig conflict met zowel vader als stiefmoeder. Als dit op een dag resulteerde in fysiek geweld vraagt Sabra om hulp bij de politie. De Raad voor de Kinderbescherming stelt een onderzoek in en besluit Sabra onder toezicht te stellen en tijdelijk op te vangen in een kindertehuis. Na een kort verblijf daar keert ze weer terug naar huis terwijl de RvK haar situatie in de gaten houdt. Tegelijkertijd belt Sabra's bezorgde moeder naar het steunpunt in Berkane. Ze heeft via via vernomen dat haar dochter mishandeld is en in een opvanghuis geplaatst. Ze wil graag dat er met het opvanghuis gebeld werd en de consulenten van het steunpunt arrangeren een telefonisch gesprek met Sabra en haar moeder. De moeder drukt Sabra op het hart vooral niet naar Marokko te komen omdat daar voor haar geen toekomst is en moeder zelf geen middelen heeft om voor haar dochter te zorgen.

Bijna een jaar later staan Sabra en moeder op de stoep van het steunpunt. Sabra's vader heeft haar tijdens de kerstvakantie naar Marokko gebracht. Sabra verwachtte dat zij haar vakantie bij haar moeder door zou brengen. Sabra werd echter niet naar haar moeder, maar naar kennissen van haar vader in Zuid Marokko gebracht en daar tegen haar zin achtergelaten. Haar vader vertrekt na enkele dagen weer naar Nederland en Sabra blijft achter, gedurende 7 maanden opgesloten in een huis bij vreemden. In de zomervakantie komt vader met echtgenote en kinderen met vakantie naar Marokko en besloot dan eindelijk Sabra naar haar moeder te brengen. Sabra is natuurlijk blij haar moeder te zijn maar wil niet in Marokko blijven. Ze mist al een jaar school in Nederland en wil niets liever dan zo snel mogelijk terug. Terug naar het kindertehuis wel te verstaan, beslist niet naar haar vader.

Tijdens een vervolggesprek met Sabra en haar moeder op het steunpunt in Berkane wordt het duidelijk dat moeder noch vader in staat en bereid is een fatsoenlijke opvoeding te geven. Sabra betaalt zo, tot op heden, de prijs van een mislukt huwelijk en zij is een speelbal in de rancuneuze gevoelens tussen vader en moeder. In elke gesprek herhaalt moeder dat Sabra onmogelijk bij haar kan wonen omdat zij hertrouwd is en een nieuw gezin gesticht heeft. Het gezin kan nu al nauwelijks het hoofd boven water houden en ook haar man weigert Sabra in huis te nemen. Sabra, zo wordt besloten, moet bij oma wonen. Na dit vervolggesprek neemt een consulent van het steunpunt direct contact op met het kinderhuis en de RvK Zij vertellen echter een totaal andere versie van het verhaal: in het verleden zijn er, naar aanleiding van een conflict tussen Sabra en haar stiefmoeder, problemen geweest tussen Sabra en vader. Sabra's vader heeft haar weliswaar meegenomen naar Marokko maar niet eerder dan na lang aandringen van Sabra zelf omdat zij graag naar haar moeder wil. De vader raadde dit af, maar heeft uiteindelijk toch ingestemd met haar verzoek. In het zuiden van Marokko zou zij op een internaat zijn verbleven en niet bij kennissen. Volgens het kindertehuis zou een medewerker van de RvK in Marokko contact houden met Sabra. Dit contact heeft echter nooit plaatsgevonden. Het steunpunt vraagt aan de RvK zo spoedig mogelijk actie te ondernemen, zeker gezien het feit dat Sabra Nederlandse is en het schadelijk is voor haar ontwikkeling om nog langer in deze situatie te verblijven. Ze is nergens welkom, verblijft tegen haar zin in Marokko en volgt geen onderwijs.

Inmiddels woont Sabra bij haar oma van 75 jaar. Zij slaapt samen met haar astmatische oma in één kamer. Sabra is ingeschreven bij een basisschool in de buurt. Maar zij spijbelt vaak. Sabra zegt dat zij het niet naar haar zin heeft op school. Zij zit in een klas met 30 leerlingen die allen jonger zijn dan zij. Ze zit namelijk twee klassen lager dan waar zij zou horen te zitten. Dit omdat haar Arabische- en Franse taalbeheersing achter is vergeleken bij kinderen van haar leeftijd. Zij heeft grote moeite aansluiting te vinden in haar klas. Sabra heeft geen contact meer met haar vader. Hij is deze zomer in de buurt, maar neemt geen contact op met Sabra. Ook is hij op een dag in een buurtwinkel in het dorp, maar zegt niets tegen Sabra. De situatie voor Sabra lijkt uitzichtloos.

8 maanden later spreken de consulenten Sabra opnieuw. Sabra lijkt zich ondertussen enigszins bij de situatie te hebben neergelegd. Het gaat ook beter met haar . Ze woont nu bij een oom in een andere stad en gaat daar naar school. Ze was dit jaar de eerste van de klas. Van haar vader verwacht ze geen medewerking meer. Het komt erop neer dat ze moet wachten tot ze 18 is. Ze droomt er van 'als ze later groot is' haar opleiding af te maken, piloot te worden en één keer per jaar in de zomer haar moeder op te zoeken.


Juridsch kader: waarom kan Sabra niet terug?
Sabra heeft de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit en is minderjarig. Haar vader heeft de voogdij, moeder niet. Moeder heeft namelijk afstand gedaan van de voogdij.

Sabra heeft een paspoort nodig om naar Nederland te kunnen reizen. Voor de afgifte van een paspoort is de toestemming van gezagdragende ouder vereist omdat zij minderjarig is. Zonder medewerking van de vader is het niet mogelijk een paspoort te krijgen. De paspoortwet maakt het mogelijk om dit geval toch een paspoort aan te kunnen vragen. Art 36 paspoortwet bepaalt dat indien een minderjarige onder toezicht gesteld is, verklaring van toestemming van de gezagdragende ouder kan worden vervangen door een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter. De rechter neemt deze beslissing als het in het belang van het kind is.

Door de problemen binnen het gezin is Sabra op verzoek van de RvK door de kinderrechter ondertoezicht gesteld. Deze OTS liep af ten tijden van Sabra's verblijf in Marokko. De RvK diende een verzoek in bij de rechter om de OTS te verlengen en deze is inderdaad verlengt voor de duur van een half jaar. Na deze uitspraak is de zaak overgedragen van de RvK naar Stichting Jeugd en Gezin Noord Holland. De bedoeling van de OTS was om een vervangende toestemming te vragen. Uiteindelijk is Stichting Jeugd en Gezin nooit zover gekomen om dit verzoek in te dienen. Een ander juridisch obstakel doet zich in deze zaak voor: de Marokkaanse autoriteiten eisen van Sabra bij vertrek uit Marokko een geldig uitreisvisum omdat Sabra minderjarige is. Moeder kan dat niet aanvragen omdat zij niet het gezag heeft en vader weigert medewerking.

Er is een verzoek ingediend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om voor het verlengen van een paspoort te bemiddelen bij de Marokkaanse autoriteiten. Als het ministerie van Buitenlandse Zaken al bereid is te bemiddelen biedt dat geen garantie en kan jaren duren.Vader heeft echter een verzoek om een uitreisverbod voor zijn dochter ingediend bij de Marokkaanse rechtbank, hetgeen een onoverkomelijk obstakel is gebleken. Sabra zal moeten wachten tot ze 18 jaar is. In tegenstelling tot het huidige Marokkaanse familierecht, bieden de recente wijzigingen in deze Moudawana de mogelijkheid aan moeders om de voogdij die zij eerder kwijtraakte terug te vragen als zij zou hertrouwen. Wie weet biedt dit voor Sabra nieuwe kansen.




Het verhaal van Salim

Door de lange juridische procedures in Nederland kunnen zaken soms jaren in beslag nemen. Salim werd in 1980 geboren in een arm gezin in Noordoost Marokko. Zijn vader heeft psychische klachten en de moeder voelt het als een zware last om alleen de verantwoordelijkheid voor het gezin te dragen. Het gezin is afhankelijk van gulle familieleden en kan nauwelijks het hoofd boven water houden. Als dan een oom van Salim, die in Nederland woont, aanbiedt om Salim mee te nemen naar Nederland, aarzelen de ouders geen seconde. Salim zal echter onder een andere naam mee moeten reizen naar Nederland. Voortaan zal hij heten: XX, een zoon van de oom die al 20 jaar eerder op tweejarige leeftijd is overleden. Pas later zal Salim begrijpen waarom. De ouders van Salim maakt het allemaal niets uit, de kans op een betere toekomst voor hun zoon is hun alles waard. Ook al betekent dat dat Salim hen vanaf die tijd als oom en tante zal gaan beschouwen. 

Salim is 4 jaar als hij met een nieuwe identiteit, nieuwe ouders en nieuwe broertjes en zusjes in Nederland aankomt. Hij kan niet zeggen dat het hem slecht bevalt. Hij gaat naar school en maakt nieuwe vriendjes. En zo is zijn zachte G binnen de kortste tijd niet te onderscheiden van die van een willekeurige andere Brabander. Zo verstrijken 4 gelukkige jaren en weet hij niet beter dat hij XX heet en XXXXX zijn ouders zijn. Als het hele gezin, een jaar of vier later, op een zeker moment met vakantie naar Marokko gaat vermoedt Salim geen kwaad. Dat verandert wel als het hele gezin naar Nederland terugkeert zonder hem. Salim blijft achter bij oma in een stoffig dorp in Noordoost Marokko. Zijn echte moeder probeert hem bij haar in huis te nemen, maar Salim weigert bij zijn 'tante' te wonen. Salim wordt aan het werk gezet in de garage van zijn oom. Salim klaagt en protesteert zonder ophouden, maar zijn `vader` belooft hem snel weer op te halen. Hij drukt hem op het hart dat ervaring in de garage goed zou zijn voor zijn toekomst in Nederland. Pas drie jaar later wordt deze belofte waargemaakt en eindelijk kan Salim weer terug naar Nederland. Salim is natuurlijk blij weer terug te zijn, maar helemaal als vanouds zou het niet meer worden. Salims vertrouwen heeft een deuk gekregen. Hij gaat weer naar school, maar de gemiste jaren hebben hem op een grote achterstand gezet die hij niet meer in kan lopen. Hij heeft niet alleen aanpassingsmoeilijkheden op school, maar ook binnen het gezin. Hij heeft het gevoel dat hij wordt achtergesteld ten opzichte van de andere kinderen in het gezin. Hij krijgt geen zakgeld en begint recalcitrant gedrag te vertonen. Hij loopt weg van huis en komt in problemen met medeleerlingen. Salim bespreekt zijn problemen met een juffrouw en via haar is de kinderbescherming ingeschakeld. Salim wordt zo enige tijd geplaatst in een opvanghuis terechtgekomen. De familie en de Raad voor de Kinderbescherming bemiddelen in de zaak en Salim keert weer terug naar huis. De problemen blijven zich echter voordoen en de vader dreigt steeds vaker Salim terug te sturen naar Marokko. 

Ondertussen blijft de RvK het gezin volgen en vader maakt in steeds duidelijker bewoording kenbaar dat hij geen behoefte heeft aan bemoeienis en hij heel goed weet hoe hij Salim in het gareel moet houden. De vader voelt zich klem gezet door de situatie en na een heftige ruzie sleept hij Salim mee naar de politie en geeft een volledige verklaring af over de identiteit van Salim. Dit is de eerste keer dat Salim dit ter ore komt. De illegaliteit van Salim vormt aanleiding voor de politie hem aan te houden waarop uitzetting volgt. Volledig gedesoriënteerd en gedesillusioneerd bevindt Salim zich van de ene op de andere dag in Marokko, met wederom, nieuwe ouders, nieuwe broers en zusjes en een nieuw land waarvan hij eigenlijk al afscheid genomen had. Erg welkom was hij in Marokko ook niet. Zijn echte ouders namen hem de mislukking zeer kwalijk en waren niet in staat hem de nodige ondersteuning te bieden om een nieuwe start te kunnen maken. Bovendien wilde Salim ook niets. Terug naar Nederland was voor hem de enige mogelijke optie en zijn enige houvast. Hij kan zich op geen enkele manier verenigen met de situatie. Hij is zeer geschokt en gaat er vanuit dat er een vergissing in het spel is en dat hij gewoon terugkan. Hij is Nederlander, zo ziet hij het en heeft niets te zoeken in dit hem vreemde land. Zo overtuigd van zijn zaak neemt zijn verbeelding een loopje met de werkelijke feiten. En zo overschat hij de duur van zijn verblijf in Nederland. 

Een langdurige procedure volgt met inschakeling van een advocaat. Tevens stelt de SVB een onderzoek in naar de door de `vader` van Salim ten onrechte opgestreken kinderbijslag, de feitelijke beweegreden voor het opnemen van Salim in zijn gezin. De langdurige procedure is een kwelling voor Salim, die ongeduldig wacht op terugkeer, hier en daar werkt, soms wel en soms geen onderdak heeft en maar niet kan aarden in dit land. Keer op keer kost het ons de grootste moeite hem af te brengen van zijn idee net om als vele anderen de illegale oversteek per bootje naar Spanje te maken en zo zijn weg terug te vinden naar Nederland. Het is nou juist zijn verbeelding die hem parten is gaan spelen. Terugkeer is namelijk mogelijk voor die jongeren die tussen hun 4e en 19e jaar 10 jaar in Nederland hebben gewoond. Salim verkeerde in de veronderstelling zeker 8 jaar in Nederland te hebben gewoond. Een lange zoektocht naar meer feiten, in een omgeving waar niemand zijn mond open durft te doen levert kleine stukjes van het plaatje op. Tot uiteindelijk de rapportage van het politiebureau de genadeslag geeft aan de zaak. Salim heeft slechts 4 jaar in Nederland verbleven. Maar wie weet tellen 4 kinderjaren wel dubbel …..?